Adaptiviteit in onderwijs staat momenteel bovenaan de onderwijsagenda. Beleidsstukken staan bol van verwijzingen naar adaptiviteit in onderwijs (bv. gepersonaliseerd leren/differentiatie/passend onderwijs). Scholen implementeren adaptief onderwijs op grote schaal en de onderwijsinspectie houdt in de gaten in hoeverre dit lukt. Echter, het is nog onduidelijk: (1) waar we het precies over hebben wanneer het gaat over adaptiviteit in onderwijs, en (2) in hoeverre adaptiviteit in onderwijs eigenlijk effectief is. In de afgelopen jaren zijn er overzichtsstudies en praktijkgerichte handleidingen verschenen over adaptiviteit op het macroniveau (bestuurlijk/schoolniveau) en het mesoniveau (adaptiviteit binnen de klas m.b.t. werkvormen/curriculum/organisatie). Echter, adaptiviteit op het microniveau (in interactie tussen docent en lerende(n)) is onderbelicht gebleven. Terwijl juist deze interacties de bouwstenen vormen voor het leren van lerenden. Het doel van deze overzichtsstudie is het creëren van een overkoepelend theoretisch en evidence-based raamwerk waarbinnen verschillende concepten die betrekking hebben op adaptiviteit in onderwijsinteractie geplaatst kunnen worden. Dit raamwerk is direct relevant voor verschillende doelgroepen. Voor wetenschappers creëert het eenduidigheid, integreert het bestaande kennis over verschillende gerelateerde en overlappende concepten en vormt het een agenda voor verder onderzoek. Voor beleidsmakers biedt het raamwerk een flexibel en gefundeerd kader dat gebruikt kan worden bij het vormgeven aan adaptiviteit in onderwijsinteractie. Docententeams en schoolbesturen kunnen het kader gebruiken bij het ontwerpen van onderwijs en om met elkaar na te gaan welke vormen van adaptiviteit in onderwijsinteractie zij belangrijk vinden en verder willen ontwikkelen. Voor docenten biedt het raamwerk concrete handvatten voor het vormgeven aan adaptiviteit in onderwijsinteractie.
