De vraag die met het onderzoek beoogt te worden beantwoord, is derhalve: onder welke omstandigheden kan een partij ten laste van wie een schuldenaar ongerechtvaardigd is verrijkt vóór en na het faillissement van deze laatste een bijzondere aanspraak doen gelden jegens de overige schuldeisers c.q. de boedel en onder welke omstandigheden hebben de schuldeisers c.q. de faillissementscurator een aanspraak tegen een schuldeiser die ten laste van de boedel (integrale) betaling heeft ontvangen?
