In dit longitudinaal opgezette onderzoek wordt het taalgebruik van peuters en leidsters in een aantal verschillende situaties en activiteiten in peuterspeelzalen onderzocht. De aandacht richt zich daarbij op groepssituaties, leidster-kind interacties en peer-interacties tijdens interactief voorlezen, het gericht werken in een kleine groep, het groepsgesprek en het vrije spel. In het onderzoek zijn autochtone jongens en meisjes en jongens en meisjes met een andere etno-linguïstische achtergrond betrokken. De analyses betreffen die aspecten van het taalgebruik die relevant zijn de cognitieve en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Nagegaan zal worden hoe het taalgebruik zich in de loop van een jaar ontwikkelt. De data zullen worden verzameld onder natuurlijke omstandigheden. Peuters en leidsters worden daartoe tijdens de opnamemomenten met een draadloos zendertje uitgerust
