Blinde leerlingen die onderwijs in de tweede fase van het HAVO of het VWO willen volgen zijn aangewezen op reguliere scholen, omdat de speciale scholen voor leerlingen met een visuele beperking dat onderwijs niet aanbieden. Ook voor deze leerlingen zou het ‘gelijkheidsprincipe’ moeten gelden, wat inhoudt dat onderwijs voor alle leerlingen toegankelijk moet zijn. Blinde leerlingen kunnen het profiel ‘Natuur & Techniek’ niet doen, omdat bijvoorbeeld voor wiskunde b2 geen geschikt materiaal voor handen is en de expertise (lijkt) te ontbreken. Daardoor is er geen sprake van vrije keuzemogelijkheid van zulke leerlingen en worden zij beperkt in hun keuze van een vervolg- of beroepsopleiding. Van gelijke en gelijkwaardige kansen is dus geen sprake. In bijvoorbeeld Amerika of Engeland lijkt dit veel minder te spelen. Er zijn daar blinden die wiskunde, natuurkunde en informatica studeren. Het is daarom interessant om te kijken hoe men in het buitenland met deze problematiek omgaat. Dit onderzoek concentreert zich op een aantal vragen: Hoe ziet het wiskundeprogramma in het buitenland eruit voor blinde leerlingen in het voortgezet onderwijs die een studie wiskunde, natuurkunde of informatica willen doen? Op welke punten -qua inhoud, aanpak- wijkt dit programma af van het reguliere programma? Op grond van deze bevindingen kan een start gemaakt worden met de beschrijving van een alternatief programma voor Nederlandse blinde leerlingen.
