In het aangevraagde project zullen we antwoord proberen te vinden op twee typen vragen over de aard van het Verbalen Werkgeheugen: (a) Wat is de capaciteit van dit werkgeheugen, hoe beinvloedt deze capaciteit de zinsverwerking en hoe verschillen personen onderling in capaciteit? (b) Wat is de structuur van dit werkgeheugen, in het bijzonder: is er een onderscheid tussen en werkgeheugen voor de meer linguistische en een voor de meer algemeen-cognitieve aspecten van taalverwerking? Twee recent geformuleerde theorieen zullen hiertoe tegen elkaar getoetst worden door bij proefpersonen hersenpotentialen (Event-Related Brain-Potentials) te bepalen tijdens de verwerking van zinnnen.
