English
Passend onderwijs is erop gericht dat alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen, ook (hoog)begaafde leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Onderzoek laat zien dat de onderwijsloopbaan van deze leerlingen regelmatig niet goed verloopt in een reguliere onderwijsomgeving. Zelfs leerlingen die uitstekend presteren in het basisonderwijs kunnen moeite hebben in het voortgezet onderwijs, doordat ze niet hebben leren omgaan met meer uitdagende taken. Er is echter nog weinig bekend over de effectiviteit van onderwijsaanpassingen voor (hoog)begaafde leerlingen. Veel onderzoeken kampen met selectie-effecten. Bovendien wordt zelden of nooit naar de langetermijn gekeken. Tegelijkertijd blijft de urgentie voor kennis hierover vanuit praktijk en beleid groot. Dit onderzoek kijkt in drie deelprojecten naar de effecten van veel voorkomende onderwijsaanpassingen voor (hoog)begaafde leerlingen op de basisschool op hun voortgang in het voortgezet onderwijs: 1. plusklassen, 2. voltijds hoogbegaafdheids-scholen, 3. een jaar korter onderwijs. Hiervoor maken we gebruik van state-of-the-art technieken (difference-in-difference- en regression-discontinuity-analyse) en voorhanden zijnde (registratie)gegevens om scholen niet te belasten. Dit levert niet alleen wetenschappelijke meerwaarde op, maar geeft ook handvatten hoe (hoog)begaafde leerlingen het best bediend kunnen worden in het basisonderwijs, zodat ze het onderwijsniveau bereiken dat past bij hun capaciteiten. Dit helpt leerlingen, ouders, scholen en samenwerkingsverbanden om de juiste keuze te maken voor een goede onderwijsaanpak en zorgt ervoor dat het Rijk gerichter de schaarse onderwijsmiddelen kan inzetten.
